Gerf Hussein, een klein Aboe Simbel

Moderator: yuti

Gerf Hussein, een klein Aboe Simbel

Berichtdoor Philip Arrhidaeus » Vr Okt 06, 2017 6:42 pm

Gerf Hoessein (Gerf Hussein / Garf Hussein) is de huidige naam voor een hemispeos die de Onderkoning van Koesj (Kush/Koush) Setaoe (Setau/Sétaou) (https://en.wikipedia.org/wiki/Setau) iets minder dan 100 km ten zuiden van Aswan liet bouwen, in Neder-Nubië, voor zijn koning Ramses II.

(Hemispeos: tempel waarvan het achterste gedeelte in de rots is uitgehouwen terwijl de voorkant een vrijstaand, gebouwd gedeelte is. viewtopic.php?f=20&t=198)

In Cairo bevindt zich een stèle (JE 41395 + JE 41397-98) uit de tempel van Wadi es-Sebua (http://www.desheret.org/photogallery/Wa ... index.html) waarop Setau zijn autobiografie liet graveren. In de tempel van Gerf Hussein werd Setau genoemd (Kitchen Ramesside Inscriptions III, 86.15 en 87.10) en een zitbeeld van hem uit de tempel bevindt zich nu in Duitsland, Berlin 2283 (Lepsius Denkmäler, III, 178 f en i http://edoc3.bibliothek.uni-halle.de/le ... elwa3.html)

De tempel was gewijd aan Ptah, maar ook aan Ptah-Tatenen, Hathor en de vergoddelijkte Ramses II. Deze vier waren zittend (en verguld) afgebeeld in een centrale niche helemaal op het einde van de tempelgedeeltes die uitgehakt waren in de rots: van links naar rechts (zuid naar noord) Ptah, met valk boven hoofd zoals op foto 22 hieronder, Ramses, Ptah-Tatenen en Hathor. Als je van hier naar buiten ging – langs reliëfs van de koning voor een heilige bark - verliet je eerst het gedeelte met een drievoudig heiligdom om in een vestibule te komen met twee vierkante zuilen en twee zijkamers.
Verder naar buiten kwam je in de hypostyle hal waarvan de muren versierd waren met afbeeldingen van de offerende farao Ramses II, maar buitengewoon waren de vier nissen in de noordelijke èn in de zuidelijke muren, met telkens drie zitbeelden, steeds Ramses II tussen twee goden. (Zie voor een opsomming van scènes en goden: Porter & Moss VII, p.34-35.) In deze hypostyle hall stonden aan beide zijden van de centrale gang naar het heiligdom telkens drie “Osirispijlers” die doen denken aan die van Aboe Simbel. Eigenlijk zijn dit geen Osirispijlers met de koning afgebeeld als gemummificeerde Osiris, maar eerder koningsbeelden, hier allemaal met de dubbele kroon. (In tegenstelling tot de tweemaal vier van Aboe Simbel die aan de noordelijke kant de dubbele kroon dragen en aan de zuidelijke de witte kroon.) Een van deze acht meter hoge beelden wordt tentoongesteld in het Nubisch Museum in Aswan, samen met wat ik vermoed delen van een architraaf van de voorhof van de tempel. (foto’s 6,7,8 en 9 hieronder). Deze beelden waren beschilderd en duidelijk fijner uitgehakt dan de gelijkaardige koningsbeelden in het buitengedeelte van de tempel. Veel mooier vormgegeven of niet? Als we Christiane Desroches Nobelcourt lezen (Ramsès p.368), dan was het enkel de eerste zuidelijke kolos die echt fijne trekken had.
Tot zover het gedeelte van de tempel dat in de rots uitgehakt was. Dit gedeelte staat nu onder water in het Nassermeer. In 1964 werden reliëfs van de binnenzijde van de tempel uitgezaagd en later kwam ze terecht in New Kalabsha, waar ze nu samen met het buitenste gedeelte van de tempel te zien zijn – sedert 2004 dacht ik. Er zijn negen reliëfs uit de tempel te zien: foto’s 17,18,19,20,21,22,23,24 en 25 hieronder. Twee hoeken van doorgangen naar het binnenste van de tempel zijn ook bewaard, zie foto’s 26 en 27.

Het is dus vooral het buitenste gedeelte van de tempel dat op heden te zien is in New Kalabsha (foto’s 2 en 3 hieronder). Je benaderde de tempel op een laan met ramsfinxen (Gau, pl. 32) tot bij een pyloon die ondertussen al heel lang verdwenen is. De sfinxen zijn in New Kalabsha niet meer te zien, maar het terrein geeft ongeveer aan tot waar de pyloon gestaan heeft voor de voorhof (foto’s 10 en 11). Op de voorhof van de tempel stonden vier papyruszuilen direct achter de pyloon en evenwijdig ermee; nu schieten daar nog de twee linkse van over (foto 12). Als je naar de ingang van de tempel kijkt dan staan er achter de twee buitenste zuilen telkens vier pijlers met een koninklijk beeld ervoor. Het zijn dus weer eigenlijk geen “gemummificeerde” Osirispijlers, maar net zoals in (het nu verdwenen gedeelte van) de tempel zelf koningsbeelden, met dat verschil dat hier slecht een arm voor de borst gehouden wordt, terwijl die in de tempel zelf gekruiste armen hebben. Van de acht beelden zijn er nu nog twee min of meer volledig te zien (foto’s 13,14 en 15). Ook deze beelden waren geheel of gedeeltelijk beschilderd, te oordelen aan de overgebleven rode verf tussen de uraei van het schort van Ramses II op mijn foto 16 hieronder. Architraven met vermelding van de koningsnaam verbinden de zuilen en de pijlers.

Een idee van Christiane Desroches-Noblecourt was dat er een processie plaatshad van de heilige bark van Ramses II tussen de Nubische tempels van Aboe Simbel, Derr, Wadi es-Sebua en Gerf Hussein. Vandaar ook dat de Osirispijlers Ramses II als levende god levend voorstellen. (Desroches Noblecourt, Ramsès, p.368-369)

Gau F.C., Antiquités de la Nubie, 1822, Planches 27-32
http://digi.ub.uni-heidelberg.de/diglit/gau1822
Lepsius, Denkmäler, III, 178
http://edoc3.bibliothek.uni-halle.de/le ... elwa3.html
Porter & Moss, VII Nubia, p.33-37 (maar met foutieve vermelding van Ramses I, zie Desroches Noblecourt, noot 19, p.414)
http://www.griffith.ox.ac.uk/topbib.HTML
Obsomer Claude, Ramsès II, 2012, p.402-404
Desroches Noblecourt Christiane, Ramsès II. La véritable histoire, 1996, p. 224, 366
Wildung Dieter, Lexikon der Ägyptologie, 1977, II, 534-535
Arnold Dieter, The Encyclopedia of Ancient Egyptian Architecture, 2003, p.98-99
Wilkinson Richard, Tempels van het Oude Egypte, 2001, p.219
Tadema A., Tadema Sporry B., Operatie Farao’s, 1977, p.123-126

Dit zijn dè werken over Gerf Hussein (heb ik spijtig genoeg niet en niet kunnen inkijken) :
- J. Jacquet et H. El-Achirie (avec la coll. de M. Medice, J. Valovic et de G. Lecuyot). Le temple de Gerf-Hussein. I. Architecture. Collection Scientifique du CEDAE. Le Caire 1978.
- M. El-Tanbouli et A.A. Sadek (avec la coll. de Ch. Kuentz). Le temple de Gerf-Hussein. II. La cour et l’entrée du speos. Collection Scientifique du CEDAE. Le Caire 1974.
- M. El-Tanbouli, Ch. Kuentz et A.A. Sadek (avec la coll. de H. de Meulenaere), Le temple de Gerf-Hussein. III. La grande salle [E]. Mur est. Piliers et colosses. Collection Scientifique du CEDAE. Le Caire 1975.
- M. El-Tanbouli, H. de Meulenaere et A.A. Sadek (avec la coll. de J. Monnet, F. Hassanein et S. Aufrère), Le temple de Gerf-Hussein. IV. La grande salle [E]. Murs sud, nord et ouest. Les niches. Collection Scientifique du CEDAE. Le Caire 1978.

http://alain.guilleux.free.fr/gerf_huss ... ussein.php
http://www.desheret.org/photogallery/Ge ... index.html

1
Afbeelding

2
Afbeelding

3
Afbeelding

4
Afbeelding

5
Gau maakte in 1819 deze tekening van de kolossen in de hypostyle hal,
David Roberts deed in 1838 hetzelfde: https://en.wikipedia.org/wiki/Gerf_Huss ... ussein.jpg
Afbeelding

6
Afbeelding

7
Afbeelding

8
Afbeelding

9
Afbeelding

10
Afbeelding

11
Afbeelding

12
Afbeelding

13
Afbeelding

14
Afbeelding

15
Afbeelding

16
Afbeelding

17
Afbeelding

18
Afbeelding

19
Afbeelding

20
Afbeelding

21
Afbeelding

22
Afbeelding

23
Afbeelding

24
Afbeelding

25
Afbeelding

26
Afbeelding

27
Afbeelding

28
Afbeelding
Gebruikers-avatar
Philip Arrhidaeus
Site Admin
 
Berichten: 6210
Geregistreerd: Do Mrt 23, 2006 3:16 pm
Woonplaats: Vlaanderen

Terug naar Nieuwe Rijk

Wie is er online?

Gebruikers in dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 2 gasten

cron