René Preys - interview: poort van de 2de pyloon te Karnak

Moderator: yuti

René Preys - interview: poort van de 2de pyloon te Karnak

Berichtdoor Philip Arrhidaeus » Wo Mei 06, 2009 7:24 pm

Dr. René Preys werkte midden februari, begin maart 2009 in de tempel van Amon te Karnak, en hierover gaat dit vraaggesprek.
http://www.arts.kuleuven.be/egyptology/ ... _preys.htm

Mag ik vragen wat u daar onderzocht hebt en waarom?
René Preys: Het is de bedoeling de Ptolemaeïsche poort van de 2e pyloon van de tempel van Karnak te onderzoeken en te publiceren. Deze poort werd gebouwd binnenin de vestibule van de 2e pyloon die uit het Nieuwe Rijk dateert. De poort werd herbouwd door Ptolemaeus VI die ook het grootste deel van de versiering aanbracht. Alleen de teksten op de eerste registers van elke deurstijl staan op naam van Ptolemaeus VIII. Vooraleer de 1e pyloon gebouwd werd, was de 2e pyloon de officiële ingangspoort van de tempel. Het is dus niet te verwonderen dat deze alle aandacht kreeg. Het is dus zeer waarschijnlijk dat onder Ptolemaeus VI de eerste pyloon nog niet bestond.
De teksten van de poort waren door de Duitse Egyptoloog Kurth Sethe reeds in het begin van de vorige eeuw gekopieerd maar de afbeeldingen waren nog steeds ongepubliceerd. Het werd dus tijd dat iemand deze taak op zich nam. Tijdens de 30e dynastie en de Grieks-Romeinse periode werden de tempels omringd door tichelstenen omheiningen die voorzien werden van monumentale poorten. In Karnak alleen zijn er meerdere exemplaren waaronder ongetwijfeld de Poort van Evergetes voor de tempel van Chonsoe en de poort van het Montoe-domein de bekendste zijn. Gelijkaardige poorten vinden we voor de tempels van Deir el-Medina, Medinet Haboe, Edfou, Dendera (waar er niet minder dan drie monumentale poorten zijn) om er maar enkele te noemen. De poort van de 2e pyloon maakt deel uit van een grotere groep vergelijkbare monumenten en het is dus belangrijk dat van al deze monumenten een wetenschappelijke studie voorhanden is zodat ze ook als groep kunnen bestudeerd en vergeleken worden.

Afbeelding
René Preys bovenop de stelling bij de poort van de 2de pyloon

Van wie ging dit onderzoek uit en hoe gaat de praktische voorbereiding in zijn werk?
René Preys: Mijn collega Michèle Broze, professor aan de ULB, was van plan een nieuw project op te starten en vroeg mij daaraan deel te nemen. Na wat zoekwerk in Egypte leek de Ptolemaeïsche poort een prachtige uitdaging. Het project is gefinancierd dankzij de steun van het FRS/FNRS (crédit au chercheur / Michèle Broze, ULB).
De poort stelde ons voor een aantal praktische problemen. Eerst en vooral is de poort zo’n 20 m hoog. Het zou dus nodig zijn om stellingen op te richten die hoog genoeg waren om de opperste registers te bereiken. De poort bevindt zich echter op de centrale as van de tempel van Karnak, een van de meest bezochte tempels van Egypte. De stellingen mochten dus in geen geval de vloed aan toeristen hinderen.
Gelukkig konden we voor het voorbereidend werk rekenen op de hulp van het Centre franco-égyptien d’Etude des Temples de Karnak (CFEETK; voor hun website die juist volledig vernieuwd is en waar men informatie kan vinden m.b.t. de tempels van Karnak, zie http://www.cfeetk.cnrs.fr/ en voor ons project http://www.cfeetk.cnrs.fr/index.php?page=axe-4-theme-1). Dit centrum is verantwoordelijk voor alle archeologische opgravingen en studies van de monumenten van Karnak. Uiteraard kunnen zij zelf niet alles uitvoeren en zijn ze bereid externe projecten in Karnak te steunen. Zo bood het CFEETK ons aan de oprichting van de stellingen voor hun rekening te nemen. Dit gebeurde de week voor wij zelf op het terrein aankwamen zodat we de tijd, die we in Egypte doorbrachten, voluit konden gebruiken. In de vorige eeuw had het CFEETK van op de 1e pyloon foto’s genomen van de reliëfs. Onze tekenaar Stephane Fetler kon deze gebruiken om een eerste tekening te maken. Maar dit is uiteraard niet voldoende. Vele details zijn op de foto’s niet zichtbaar en daarom was het nodig om de stellingen op te klimmen, de reliëfs zorgvuldig te fotograferen en met onze eigen ogen alle details op te teken. Deze werden dan elke dag door de tekenaar verwerkt. Verschillende ogen zien verschillende dingen. Daarom waren we ingedeeld in verschillende ploegen die telkens dezelfde teksten en reliëfs bestudeerden en aanmerkingen noteerden. Deze notities werden dan samen besproken en indien er onenigheid was over een detail, dan verzamelden we ons voor het desbetreffende register om tot een overeenkomst te komen. Dit was de beste manier om op de korte termijn waarop de stellingen ter beschikking waren, zoveel mogelijk informatie te verzamelen.

Afbeelding
René Preys en tekenaar Stephane Fetler

Wat heeft het onderzoek opgeleverd?
René Preys: Uiteraard is het werk nog maar juist begonnen. Dit jaar werd enkel de zuidelijke deurstijl opgenomen. Het is de bedoeling volgend jaar de noordelijke deurstijl en het jaar daarna de doorgang op te tekenen. Verschillende aspecten van de deur zijn nu echter al duidelijk geworden. Eerst en vooral hebben we de oude publicatie van de teksten op verschillende punten kunnen verbeteren en aanvullen. Dit moet echter niet gezien worden als een kritiek op Kurth Sethe. Hij had in het begin van vorige eeuw geen stelling ter beschikking en kopieerde de teksten louter met een verrekijker. Dat hij daarbij toch in staat was om op moeilijke plaatsen de tekens correct te lezen, dwingt alleen maar respect af.
De wetenschap heeft echter ook vooruitgang geboekt en Egyptologen hebben vandaag een andere kijk op de teksten. De tekstuitgave van Sethe is handgeschreven waarbij geen rekening werd gehouden met de eigenlijke vorm van de hiërogliefen. Als leek kan men de indruk hebben dat hiërogliefen doorheen de eeuwen steeds dezelfde vorm hebben behouden, dat tekens uit het Oude Rijk precies dezelfde zijn als deze uit het Nieuwe Rijk. Dit is echter een grove vergissing. Niet alleen variëren tekens van periode tot periode, maar zelf binnen een kortere tijdsspanne kunnen er verschillen optreden. Dit onderzoek wordt paleografie genoemd en voor de hiërogliefen staat dit onderzoek nog in de kinderschoenen. Daarom moet men niet alleen een correcte tekst publiceren maar ook het materiaal op dergelijke manier ter beschikking stellen dat paleografisch onderzoek mogelijk maakt. Tenslotte zal niet iedereen het geluk hebben om met zijn neus voor de reliëfs te staan. Ons project wil bijvoorbeeld onderzoeken of de reliëfs uit de periode van Ptolemaeus VI sterk uiteenlopen met deze van Ptolemaeus VIII. Het is ook onze bedoeling dit te testen aan andere monumenten in de Thebaanse regio waar deze twee koningen trouwens bijzonder actief zijn geweest.
Wat van beneden ook niet altijd zichtbaar was, zijn de kleurresten. Men moet namelijk indachtig zijn dat alle reliëfs beschilderd waren. Daar schiet meestal niet veel meer van over, maar het onderzoek naar de resten maakt duidelijk hoeveel details verloren zijn gegaan. Zo bestaan de kleren van de koning en de goden meestal uit een effen vlak, maar de kleurresten op de poort tonen aan dat de details niet in reliëf maar wel in kleur waren aangebracht.
Eigenaardig is ook het feit dat de hiërogliefen bijzonder fijn zijn gegraveerd. Vooraleer deze te beschilderen werd er een laag plaaster aangebracht die alle details bedekt. Daarna werden dezelfde details in kleur aangebracht. Men vraagt zich af waarom zoveel moeite werd gedaan bij het houwen van de hiërogliefen als deze details toch verdwenen onder de kalklaag.
Over de religieuze betekenis van de poort kan nog niet veel gezegd worden. Interessant zijn onder andere de teksten aan de onderkant van de deurstijlen. Ze beschrijven de stad Thebe als de eerste stad, geschapen door Amon in het begin der tijden. De versiering kan ook vergeleken worden met de andere monumentale poorten van Karnak.
Uiteraard is het ook de bedoeling om de architectuur van de poort te onderzoeken. Pierre Zignani, een architect die onder andere een vergaande studie heeft gepubliceerd van de tempel van Dendera en die nu in Karnak werkt, zal dit aspect voor zijn rekening nemen.

Afbeelding

Wordt het resultaat gepubliceerd?
René Preys:: De resultaten van het onderzoek zullen inderdaad gepubliceerd worden maar daarvoor zullen we nog enkele jaren moeten wachten. Spijtig genoeg laten de omstandigheden ons niet toe om doorlopend in Egypte te verblijven. Het werk wordt dus gespreid over verschillende campagnes.

Afbeelding

Afbeelding

Afbeelding

Verliep alles naar wens? Voor mezelf bijvoorbeeld zou werken op die hoogte niet voor de hand liggen … of went zoiets?
René Preys: De hoogte van het monument is waarschijnlijk een van de redenen waarom men zo lang heeft moeten wachten op een wetenschappelijke studie. Ik moet toegeven dat ik bij mijn eerste contact aan de voet van de stelling toch eventjes heb moeten slikken. Maar uiteindelijk is alles goed verlopen. De stelling was degelijk gebouwd en geleidelijk aan went men aan de hoogte.

Toch een prachtig uitzicht? Hebt u van de gelegenheid gebruik kunnen maken om andere hogere delen van Karnak te betreden? Ik moet denken aan de films ‘The Spy Who Loved Me’ en ‘Death on the Nile’, alsook die prachtige foto’s in ‘Karnak’ van Bob de Gryse, genomen vanaf de eerste pyloon.
René Preys: Het zicht dat men heeft van op de hoogste verdieping is inderdaad adembenemend. Trouwens, veel hogere delen in Karnak bestaan niet (misschien de eerste pyloon). Eenmaal aan de keellijst van de poort, ziet men de bovenkant van de grootste zuilen van de hypostyle zaal van Karnak of de bovenkant van de zuil van Taharqa. Ik zou dit niet willen gemist hebben.

Afbeelding
René Preys en Michèle Broze
http://www.ulb.ac.be/rech/inventaire/ch ... H3173.html


Hebt u wat gemerkt van de achteruitgang van de reliëfs wegens milieuomstandigheden? Is dat duidelijk vanaf een bepaalde hoogte? Kan daar op korte termijn iets aan gedaan worden?
René Preys: Het is moeilijk om de evolutie van het monument in te schatten. De 2e pyloon werd in de 19e eeuw verschillende malen gefotografeerd voornamelijk omdat deze herleid was tot een indrukwekkende hoop stenen. Dit zijn algemene zichten waarop de Ptolemaeïsche poort duidelijk herkenbaar is. Het is echter onmogelijk om in detail de toestand van de reliëfs te bestuderen. In de 19e eeuw werd de poort gedeeltelijk gerestaureerd toen de vestibule van de 2e pyloon herbouwd werd. Oude foto’s tonen de houten stellingen die rond de poort opgericht werden. De gaten die toen aangebracht waren in de muren (uiteraard buiten de reliëfs) werden trouwens nu opnieuw gebruikt om de ijzeren stelling vast te haken. De tempels van Karnak hebben het vooral te verduren van het zout dat de stenen van de onderste bouwlagen aantast. De Ptolemaeïsche poort is daar gelukkig van gespaard gebleven.

Indien u carte blanche kreeg … waar had u nog graag onderzoekingen verricht in Egypte?
René Preys: Mijn onderzoek richt zich voornamelijk op de tempels van de Grieks-Romeinse periode. Dendera krijgt daarbij de voorkeur maar deze is nu volledig gepubliceerd. Toen we aan het werk waren in Karnak vroegen voorbijgangers dikwijls wat we aan het doen waren. Meestal dachten ze dat we de poort aan het restaureren waren. Wanneer we hen vertelden dat we de teksten kopieerden, keken ze ons verbaast aan omdat ze verwachtten dat dit al lang zou gedaan zijn. Het is echter ongelofelijk hoeveel tempels nog op een wetenschappelijke publicatie wachten. Grote delen van de tempels van Kom Ombo en Philae zijn nog steeds niet gepubliceerd. Daaraan deelnemen zou uiteraard een droom zijn …

Afbeelding
René Preys en Audrey Dégremont

Wat deed bij u de oud-Egypte vlam ontstaan? Hebt u altijd een voorliefde gehad voor de Ptolemaeïsche en Romeinse periodes?
René Preys: Als kind was ik meer geïnteresseerd in de Romeinse legioenen, maar het is waarschijnlijk via de Romeinse veroveringen dat ik in Egypte beland ben. De Egyptische godsdienst heeft mij altijd geboeid. Toen ik in de bibliotheek van de Universiteit Gent, waar ik mijn opleiding genoten heb o.l.v. professor Herman De Meulenaere, de publicatie van de tempel van Dendera had gevonden, was ik verloren. Na mijn studies in Gent ben ik aan de ULB gaan studeren bij Professor Philippe Derchain een van de specialisten van de Ptolemaeïche tempels. Hij was het die mij aanraadde een doctoraat te maken over de tempel van Dendera. Sindsdien hebben de tempels mij niet meer losgelaten en hebben ze mij zelf tot onverwachte hoogtes geleid!

U maakt een drukke periode door dacht ik, des te meer dank voor dit interview … kunt u ons vertellen waarmee u bezig bent momenteel?
René Preys: Momenteel leg ik de laatste hand aan een artikel over de godin Nekhbet, maar mijn interesse gaat ook meer en meer uit naar de paleografie van de hiërogliefen van de latere periodes en naar de principes van het zogenaamde Ptolemaeïsche schrift. Dit is een latere ontwikkeling van het hiëroglifisch schrift. Terwijl het klassieke schrift ongeveer en 500-tal tekens telt, groeit dit in de Ptolemaeïsche periode uit tot 3000 tekens. Bovendien krijgen tekens ook veel meer waarden dan in het klassieke schrift. De grotere keuze aan tekens opende de mogelijkheid tot woord- en tekenspelen die bijzonder interessant zijn voor de theologische inhoud van de teksten.

Ik hoop van harte dat we u spoedig mogen horen op een lezing bij Egyptologica Vlaanderen, en wens u verder heel veel succes!

Noot Philip:
- omdat ik de lezer sommige détails van de prachtige foto's niet wou onthouden, heb ik deze afbeeldingen op behoorlijk formaat gehouden ... dus iets groter dan de tot nu toe hier elders gepubliceerde
- onderstaand zelfgetekend plannetje van de ingang van de tweede pyloon met aanduiding van de poort ... dit enkel ter info want ik heb geen rekening gehouden met de correcte verhoudingen

Afbeelding
Gebruikers-avatar
Philip Arrhidaeus
Site Admin
 
Berichten: 6379
Geregistreerd: Do Mrt 23, 2006 3:16 pm
Woonplaats: Vlaanderen

Terug naar Egyptologen en archeologen

Wie is er online?

Gebruikers in dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 1 gast

cron