Daniel Soliman - interview over merkteken-ostraca

Moderator: yuti

Daniel Soliman - interview over merkteken-ostraca

Berichtdoor Philip Arrhidaeus » Di Feb 18, 2014 5:45 pm

Interview met egyptoloog Daniel Soliman over ostraca, en meer bepaald merkteken-ostraca.

Komen alle Thebaanse ostraca uit de afvulput van het dorp van Deir el Medina?
Daniel Soliman:
Een zeer groot aantal van de ostraca die door de inwoners van Deir el-Medina werden opgesteld komt inderdaad uit de afvalput die de Grand Puits wordt genoemd, en die op een bepaald moment werd volgestort met allerlei materiaal uit het dorpje. Maar heel veel ostraca zijn op andere plekken in het dorp gevonden, zoals een afvalhoop ten zuiden van het dorp (de zogenaamde Kom Sud) en een afvalhoop ten noordwesten van het dorp (de zogenaamde Kom 2). Daarnaast zijn veel ostraca gevonden in het Dal der Koningen en het Dal der Koninginnen, de plekken waar de arbeiders van Deir el-Medina werkten en soms in hutten verbleven.

Deir el Medina, het arbeiders en kunstenaarsdorp op de westoever van Thebe/Luxor.
Afbeelding

Hoe komt het dat de ostraca van een specifieke archeologische vindplaats, in dit geval Deir el Medina, over zoveel verschillende musea verspreid zijn?
Daniel Soliman:
Doorgaans zijn ostraca van een formaat dat aantrekkelijk is voor kunsthandelaars. Ze zijn gemakkelijk op te pakken en kunnen op eenvoudige wijze worden door verhandeld. Daarnaast komen de ostraca van Deir el-Medina uit een plaats die zeer veel aandacht heeft gekend van diverse archeologische missies, kunsthandelaars en grafrovers: het gebied (rondom) het Dal der Koningen. Al sinds het einde van de 19e eeuw bevonden zich in Luxor meerdere kunsthandelaars die ostraca en andere oudheden aankochten van lokale bewoners en ze doorverkochten aan kopers van musea, die interesse hadden in het opzetten van een Egyptische verzameling. In deze tijd zijn er zeer veel ostraca terecht gekomen in de collecties van musea in Europa en Amerika.

Zijn ostraca te vinden over de gehele oud-Egyptische tijdslijn… en verder?
Daniel Soliman:
Ja, het gebruik van ostraca lijkt in Egypte is van alle tijden te zijn. Ostraca werden al gebruikt in het Oude Rijk, en in de Ptolemaische en Romeinse perioden werden er demotische ostraca opgesteld. Koptische ostraca komen voor tot aan de vroege Islamitische periode. Maar ostraca werden natuurlijk ook buiten Egypte opgesteld, in bijvoorbeeld Nubië, Griekenland, het Midden-Oosten, maar ook in China.

De afvalput bij Deir el Medina.
Afbeelding

Is die afvulput van Deir el Medina uniek, of kan zich elders nog iets dergelijks bevinden – onontdekt, misschien uit het Oude of Middenrijk?
Daniel Soliman:
De ostraca uit de Grand Puits en andere afvalhopen in Deir el-Medina zijn uniek in de zin dat ze werden opgesteld door een zeer bijzondere groep mensen: uiterst gespecialiseerde werklieden – kunstenaars zeggen we tegenwoordig – die werkten aan het koningsgraf, een van de belangrijkste projecten van het land. Daarbij waren relatief veel van de inwoners van Deir el-Medina geletterd. Dat is voor de oudheid uitzonderlijk, en dat maakt het grote aantal ostraca in Deir el-Medina ook bijzonder. Maar het is natuurlijk niet ondenkbaar dat er ooit nog ergens anders een grote groep ostraca wordt gevonden van administratieve aard.

Zijn er in Tell el Amarna, naast koninklijke figuratieve ostraca, andere teruggevonden, ook schrift- of merkteken-ostraca?
Daniel Soliman:
Schrift-ostraca met administratieve en literaire teksten zijn er wel gevonden. Voor zover we weten zijn er geen ostraca opgegraven met merktekens. Maar merktekens komen wel voor in Amarna, voornamelijk op aardewerk, maar ook op het plaveisel van de kleine Atontempel. Wat deze tekens betekenen, en of zij ook verwijzen naar personen, is vooralsnog onduidelijk.

Ostracon Louvre E 23554, een bestelling van vier ramen.
‘L’art du Contour. Le dessin dans l’Egypte ancienne’, 2013, p.235.

Afbeelding

Wordt er voor de figuratieve en schrift-ostraca een verdere onderverdeling gehanteerd naar voorstelling en functie?
Daniel Soliman:
Ja, een specifiekere onderverdeling wordt vaak gemaakt. Bij tekstuele ostraca wordt dat soms gedaan aan de hand van het kopje dat de Egyptische schrijver zelf gaf aan zijn document. Dat is vooral het geval bij administratieve ostraca. Ostraca hebben bijvoorbeeld koppen waarin woorden als “brief”, “bericht”, “memorandum”, of “betaling” worden gebruikt. Daaruit kan worden opgemaakt dat de Egyptenaren zelf hun documenten tot op zekere hoogte ook in categorieën onderverdeelden. Wanneer een kop ontbreekt worden er door egyptologen vaak categorieën bedacht zoals ‘literair werk’, ‘hymne’, of ‘magische tekst’. Dat gebeurt ook wel voor figuratieve ostraca. Toch is het soms problematisch om een ostracon in een bepaalde categorie te plaatsen. Een ostracon kan bijvoorbeeld een god afbeelden, en daarnaast een lofzang op die god in hiërogliefen hebben. Het geheel kan dan ook nog eens door een leerling gemaakt zijn. Is dat stuk dan een oefenstuk, of een zogenaamde ‘stèle-ostracon’, of beiden?

Naast de schrift-ostraca bestaan er ook de merkteken-ostraca. Wat zijn merkteken-ostraca precies, waarom werd op dergelijke ‘onleesbare’ manier notities gemaakt, en zijn hier ook mogelijke onderverdelingen naar gebruik en functie?
Daniel Soliman:
Merkteken-ostraca is een benoeming die wordt gebruikt voor ostraca waarop geen schrifttekens zijn aangebracht, maar merktekens. Waar schrifttekens op een bepaalde manier gecombineerd worden om een woord uit een taal te vertegenwoordigen, verwijzen merktekens in Deir el-Medina meestal naar individuen. Ieder lid van de Deir el-Medinaploeg bezat zijn eigen persoonlijke merkteken. Soms zijn dat tekens die ontleend zijn uit het hiërogliefenschrift, maar andere merktekens leken meer op abstracte geometrische vormen.
De ostraca met merktekens zijn waarschijnlijk wel onder te verdelen naar functie. Reeksen van deze merktekens werden op ostraca aangebracht, vaak voor administratieve redenen, maar misschien ook wel voor andere doeleinden. Op administratieve merkteken-ostraca zijn de merktekens soms verbonden met stippen en/of streepjes, en wordt er iets geteld. Mogelijk gaat het om het aantal gewerkte dagen, of een hoeveelheid aan graan die aan een werkman werd uitgedeeld als betaling voor zijn werk aan het koningsgraf.
Er zijn ostraca waarop waarschijnlijk de gehele ploeg wordt genoteerd door middel van merktekens. Ze doen denken aan de namenlijsten die we van hiëratische ostraca kennen. Een opmerkelijke categorie merkteken-ostraca wordt gevormd door stukken waarop meubilair – tafels, stoelen, bedden enz. – zijn afgebeeld met daarnaast de merktekens van arbeiders. Het lijkt erop dat deze ostraca vermelden dat bepaalde werklieden soms meubilair vervaardigden wanneer ze niet aan het koningsgraf werkten. Uit hiëratische ostraca weten we dat de arbeiders deze stukken verkochten aan hoge ambtenaren uit Thebe en zo een eigen inkomen hadden.
Andere ostraca tonen slechts één enkel merkteken. Ook van dit soort ostraca is schijnbaar een hiëratische variant: ostraca waarop slechts één naam in het hiëratisch is geschreven. Mogelijk werden dergelijke ostraca ergens neergelegd om bezit of gebied te markeren. Andere merkteken-ostraca hebben mogelijk een votieve functie gehad, en werden in of vlakbij het koningsgraf gedeponeerd om de identiteit van de arbeidersploeg voor eeuwig voor te laten duren in de nabijheid van de koning.

Ostracon MMA 09.184.784, 19de dynastie. http://www.metmuseum.org/Collections/se ... .784&pos=1
Afbeelding

Dergelijke merktekens of identificatie-tekens komen ook voor op een andere manier dan op ostraca, zoals op objecten en in de vorm van graffiti. Zijn hier parallellen te trekken, ook naar identificatie van bepaalde personen of groepen?
Daniel Soliman:
Ja, die zijn er zeker. Sterker nog, vaak zijn het juist dergelijke parallellen die tot de identificatie van het individu achter een merkteken leiden. Zo zijn er enkele voorbeelden van graffiti, aangebracht in de Thebaanse bergen, die een in het hiëratisch geschreven naam bevatten met daarbij een merkteken. Onderzoek heeft uitgewezen dat het merkteken inderdaad bij de naam hoort. Merktekens die gevonden worden op objecten in een geïdentificeerd graf kunnen soms ook leiden tot een match tussen een merkteken en een individu. Een voorbeeld hiervan is het graf van Kha ( TT 8 ). Op verscheidene objecten uit dat graf, zoals aardewerk, textiel, en bronzen objecten werd hetzelfde merkteken aangebracht. Er bestaat bijna geen twijfel over dat het merkteken van Kha zelf is geweest. Dat teken komt ook voor op ostraca uit de 18e dynastie.

Thebaanse graffito (nr. 320); naar Spiegelberg, W., Ägyptische und andere Graffiti (Inschriften und Zeichnungen) aus der thebanischen Necropolis. Text und Atlas, 2 vols, Heidelberg, 1921, p. 28, Taf. 38
Afbeelding

Waren deze identificatie-tekens enkel leesbaar binnen een zeer beperkte groep mensen, of zijn er identieke tekens te vinden over grotere afstanden?
Daniel Soliman:
De merktekens van Deir el-Medina moeten haast wel alleen te begrijpen zijn geweest binnen deze specifieke gemeenschap, omdat het erop lijkt dat het niet nodig was voor iemand buiten het dorp om de tekens te kunnen begrijpen. Wanneer er wel informatie moest worden opgesteld voor de wereld buiten het dorp werd er natuurlijk hiëratisch gebruikt. Maar Deir el-Medina is niet de enige plek waar merktekens werden gebruikt, en merktekens werden niet slechts in het Nieuwe Rijk gehanteerd. We komen merktekens al tegen in bouwwerken uit het Oude Rijk, waar ze waarschijnlijk verwijzen naar ploegen van arbeiders. Daarnaast zijn merktekens teruggevonden in verscheidene steengroeven op verschillende plekken en uit verschillende tijden. Maar opnieuw geldt dat merktekens niet een uniek Egyptisch fenomeen zijn. Ze komen voor in allerlei tijden en gebieden. Een bekend voorbeeld zijn de steenhouwerstekens die in het Europa van de middeleeuwen. Opvallend genoeg bevinden zich in het corpus van de steenhouwerstekens tekens die ook voorkomen in Deir el-Medina. Toch is er geen direct verband. Dat lijkt ook te gelden voor andere Egyptische merktekengroepen. Zoals gezegd kennen we enkele merktekens uit Amarna, maar de meeste lijken niet op de tekens uit de late 18e dynastie of vroege 19e dynastie in Deir el-Medina. Dat maakt het onwaarschijnlijk dat de merktekens uit Amarna verband houden met die in Deir el-Medina, en dus zouden de merktekens uit Amarna waarschijnlijk niet worden begrepen door de arbeiders van Deir el-Medina.

Kan de betekenis van deze merktekens steeds achterhaald worden?
Daniel Soliman:
Als dat ergens mogelijk is, is dat wel in Deir el-Medina, omdat we zo ongelofelijk veel informatie hebben over de mensen die daar leefden en werkten. Toch zijn er nog zeer veel merktekens op ostraca waarvan we begrijpen dat zij leden van de Deir el-Medina-ploeg voor stellen, maar die nog niet geïdentificeerd zijn. Bovendien zijn er merkteken-ostraca die dateren uit de 18e dynastie, en over de arbeiders uit deze periode weten we juist zeer weinig. Dat komt omdat er weinig tekstuele bronnen uit deze periode stammen. Er zijn geen – of nauwelijks – hiëratische ostraca uit de 18e dynastie teruggevonden die het werk aan het koningsgraf documenteren, en daarom kennen we slechts enkele arbeiders uit deze tijd bij naam. Het identificeren van de individuen achter de merktekens uit de 18e dynastie is dus zo goed als onmogelijk. Tegelijkertijd zijn de merkteken-ostraca uit de 18e dynastie zeer interessant, juist omdat we geen hiëratische documentatie kennen.

Bruyère, Rapport sur les fouilles de Deir el Médineh 1948-1951, pl XVIII nr. 01; 18de dynastie.
Afbeelding

Is het altijd mogelijk om – zeker buiten de context van Deir el Medina – de merktekens te dateren?
Daniel Soliman:
De archeologische context is zeker belangrijk als het gaat om de datering van merktekens. Tot op zekere hoogte is datering ook mogelijk zonder context, zeker wanneer het gaat om een (grote) groep merktekens dat samen voorkomt, bijvoorbeeld op één ostracon of in één graffito. Het is duidelijk dat gedurende de bewoning van Deir el-Medina het repertoire aan merktekens veranderde. Bepaalde merktekens die in de 18e dynastie voorkomen vinden we niet meer terug in de 19e en 20e dynastie, terwijl bepaalde merktekens uit de 20e dynastie absoluut niet voorkomen in de 18e en 19e dynastie. Ook weten we inmiddels genoeg over het merktekensysteem van Deir el-Medina om aan de opmaak van een ostracon af te kunnen leiden of hij uit de 18e, 19e of 20e dynastie stamt.

Kunnen uit de merkteken-ostraca naast sociale en economische, ook geschiedkundige gegevens gehaald worden, zoals uit de schrift-ostraca?
Daniel Soliman:
De geschiedkundige gegevens die voortvloeien uit de merkteken-ostraca betreffen voornamelijk de omvang en de identiteit van de leden van de arbeidersploeg. Voor zover het op dit moment duidelijk is bevatten de merkteken-ostraca geen informatie over politieke omstandigheden.

Werden bepaalde schrift-ostraca of merkteken-ostraca gearchiveerd, of gebruikte men dit materiaal enkel en alleen als tijdelijke documenten?
Daniel Soliman:
Dat zijn vragen die Egyptologen ook stellen. Het moet afgehangen hebben van het soort ostracon. In Deir el-Medina en omgeving werden sommige ostraca inderdaad gebruikt voor korte aantekeningen en schetsjes, die daarna snel werden weggegooid. Daarnaast werden ostraca zeker ook bewaard. Ostraca met literaire teksten bijvoorbeeld. Maar er zijn ook aanwijzingen dat ostraca met administratieve teksten bij elkaar werden bewaard, misschien wel in een soort archief. Dat wordt bijvoorbeeld gesuggereerd door een groep ostraca die in één bepaalde periode werden geschreven, waarschijnlijk door één specifieke schrijver. Deze groep werd tevens teruggevonden in dezelfde afvaldump aan de rand van het dorp. Opvallend is dat tussen deze hiëratische ostraca ook merkteken-ostraca gevonden werden die uit dezelfde tijd stammen en die van dezelfde administratieve aard zijn. Omdat ze samen met de hiëratische ostraca ontdekt werden in een afvaldump zou men kunnen stellen dat ze samen werden bewaard, bijvoorbeeld in een archief. Als dat klopt, dan ligt het voor de hand dat er ook wel andere merkteken-ostraca werden opgesteld om voor een langere tijd te worden bewaard.

Mag ik vragen hoe uw onderzoek vordert over de merkteken-ostraca uit Deir el Medina?
Daniel Soliman:
Mijn onderzoek maakt deel uit van een onderzoeksproject genaamd “Symbolizing Identity. Identity marks and their relation to writing in New Kingdom Egypt” aan de Universiteit van Leiden. Samen met Dr. Ben Haring en PhD student Kyra van der Moezel bestudeer ik het merktekensysteem van Deir el-Medina. Daarbij richt ik me op de functionele en historische context van de merktekens. Voor het onderzoek bestuderen we een groot aantal ongepubliceerde ostraca met merktekens. We hopen binnenkort een tweede bezoek te kunnen brengen aan het Frans Instituut voor Oriëntaalse Archeologie in Cairo om daar onbekende merkteken-ostraca te bezichtigen. Het project loopt af in mei 2015. Dan hopen we onze resultaten te kunnen publiceren. Voor informatie over het project, zie http://hum.leiden.edu/lias/research/smes/id-marks.html

Ostracon Berlijn P 12625, beschikbaar online http://dem-online.gwi.uni-muenchen.de/f ... php?id=303 ; dateert in de 20e dynastie, jaar 31 van Ramesses III, maand IV van het peret-seizoen. [NB: informatie online is niet meer up to date]
Afbeelding

Welke literatuur kunt u over dit onderwerp aanbevelen?
Daniel Soliman:
Tot voor kort was er weinig literatuur over dit onderwerp, maar in het afgelopen decennium zijn de onderstaande werken uitgekomen:

Andreas Dorn & Elena Paulin Grothe, ‘Zwei Ostraka der 18. Dynastie aus dem Tal der Könige mit Namenszeichen (O. BTdK 832 und O. BTdK 833)’, in: Göttinger Miszellen 231 (2011) 17-23.

Andreas Dorn, Arbeiterhütten im Tal der Könige. Ein Beitrag zur altägyptischen Sozialgeschichte aufgrund von neuem Quellenmaterial aus der Mitte der 20. Dynastie (ca. 1150 v. Chr.), Aegyptiaca Helvetica 23 (Basel 2011) pp. 139-141; 369-382.

Ben Haring, ‘Towards decoding the necropolis workmen’s funny signs’, in: Göttinger Miszellen 178 (2000) 45-58.

Ben Haring, ‘Workmen’s Marks on Ostraca from the Theban Necropolis: A Progress Report’, in: Ben J.J. Haring & Olaf E. Kaper (eds.), Pictograms or Pseudo Script? Non-textual Identity marks in Practical Use in Ancient Egypt and Elsewhere, Egyptologische Uitgaven 25 (Leiden 2009) 143-167.

Ben Haring, ‘On the Nature of Workmen’s Marks of the Royal Necropolis Administration in the New Kingdom’, in: Petra Andrássy, Julia Budka & Frank Kammerzell (eds.), Non-Textual Marking Systems, Writing and Pseudo Script from Prehistory to Modern Times, Lingua Aegyptia - Studia monographica 8 (Göttingen 2009) 123-135.

Daniel Soliman, ‘The functional context of 18th Dynasty marks ostraca from the Theban Necropolis’, in: Carl Graves, Gabrielle Heffernan, Luke McGarrity, Emily Millward & Marsia Sfakianou Bealby (eds.), Current Research in Egyptology 2012. Proceedings of the Thirteenth Annual Symposium (Birmingham 2013) 157-180.

Ik dank u van harte voor alle moeite en voor deze verhelderende antwoorden, ook uit naam van alle bezoekers van Pr Kmt, en ik wens u verder heel veel succes met uw onderzoek.
Gebruikers-avatar
Philip Arrhidaeus
Site Admin
 
Berichten: 6379
Geregistreerd: Do Mrt 23, 2006 3:16 pm
Woonplaats: Vlaanderen

Terug naar Egyptologen en archeologen

Wie is er online?

Gebruikers in dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 1 gast

cron