Bart Hellinckx - interview

Moderator: yuti

Bart Hellinckx - interview

Berichtdoor Philip Arrhidaeus » Do Sep 27, 2007 9:08 pm

Vraaggesprek met Egyptoloog Bart Hellinckx 27/09/07

Afbeelding

Welke beroepsbezigheid oefent u momenteel uit?
Ik werk op het COV, het Christelijk Onderwijzers Verbond, dat is de Christelijke vakbond van het kleuter- en lager onderwijs. Ik ben redactioneel medewerker van het COV-ledenblad Basis, wat concreet betekent dat ik voor dit tijdschrift regelmatig artikels schrijf (vaak in de vorm van interviews) en dat ik met een aantal andere mensen meebeslis over de inhoudelijke invulling van het tijdschrift. Het blad bericht in eerste instantie over syndicale en didactisch-pedagogische thema’s, maar er wordt ook aandacht besteed aan algemeen culturele of politieke zaken. Hoewel het natuurlijk niet de bedoeling is dat ik er Egyptologische artikels in publiceer, ben ik er al drie keer in geslaagd een Egyptische illustratie in het tijdschrift te ‘smokkelen’!
Voor het COV werk ik ook mee aan een historisch onderzoek i.v.m. de feminisering van het leerkrachtencorps. Door dit onderzoek, dat gesuperviseerd wordt door professionele onderwijshistorici van de K.U.Leuven en de Universiteit Gent, ben ik ook indirect verbonden met de universiteit van Leuven. Het is historisch onderzoek van een andere soort dan we in de Egyptologie gewoon zijn, maar de basismethoden van onderzoek en de wijze van publiceren zijn analoog. Het is zeker relevant, boeiend en soms verrassend onderzoek

Welke studies deed u en waar?
Ik heb bij Professor Jan Quaegebeur Egyptologie gestudeerd aan de K.U.Leuven. Het was een grote schok toen ik ongeveer een maand voor dat ik afstudeerde een telefoon kreeg van mijn enige (!) medestudent Eric Welvaert met de mededeling dat hij zonet in De Standaard een overlijdensbericht had gelezen van ‘onze’ professor!
Na mijn basisopleiding heb ik onder begeleiding van de nieuwe Leuvense hoogleraar Harco Willems een doctoraat gemaakt (in 2002 heb ik dit voltooid).

Uw eindwerk ging over voorwerpen uit het graf van Toetanchamon?
Ja, dat klopt, mijn licentiaatsthesis (nu zou men zeggen een master-thesis) had als titel: De uitrusting van de mummie van Toetanchamon: beschrijving en capita selecta. Ik had dit onderwerp zelf voorgesteld aan Prof. Jan Quaegebeur omdat ik er al van tijdens mijn middelbare schooljaren van droomde om ooit eens in de prestigieuze Tutankhamun’s Tomb Series een monografie uit geven over de 143 voorwerpen die op de mummie van Toetanchamon werden gevonden! Het is de enige volledig intacte ‘mummie-outfit’ van een koningsmummie uit het Nieuwe Rijk en het materaal was beschikbaar om er een mooie catalogus én studie van te maken.
Ik heb toen met de steun van mijn promotor de originele nota’s en foto’s van Howard Carter en zijn medewerkers in het Griffith Institute kunnen raadplegen en kopiëren (het gehele Toetanchamon-archief staat inmiddels op de website van het Griffith Institute). Mijn thesis bevat een volledige en gedetailleerde catalogus van de hele groep, evenals een meer diepgaande studie van een aantal voorwerpen (o.m. de gier- en cobra-amuletten, het zogenaamde sjebioe-halssnoer dat zich rondom de hals van het masker bevond, de hartscarabeeën van hars met een speciale dodenboekspreuk en de gouden vinger- en teenhulzen). In het meer interpretatieve luik verwijs ik ook uitvoerig naar vergelijkingsmateriaal.

Met uw doctoraat bent u een andere weg ingeslagen?
Aanvankelijk was het de bedoeling dat ik voor mijn doctoraatsdissertatie dat onderzoek zou verderzetten en dat ik ook de voorwerpen zou bestuderen die ik nog niet bestudeerd had, zodat ik uiteindelijk een algemene synthese kon maken van de betekenis van de uitrusting van de mummie. Ik ben hier echter van afgestapt omdat er zoveel verschillende categorieën voorwerpen op de mummie zijn gevonden dat het bijzonder moeilijk was om die allemaal even diepgaand te bestuderen binnen een redelijke termijn. Bovendien zou voor een definitieve uitgave een studie van de voorwerpen in het Egyptisch Museum in Cairo nodig zijn. Dit zou veel extra werk met zich meebrengen (o.m. een detailstudie van technische aspecten) en toelating krijgen om de kostbare voorwerpen te bestuderen zou ook niet evident zijn.
Door de toevallige vondst van een zeer rijk geïllustreerd Deens boek over Egyptische mummiekisten op een antiquarische boekenmarkt in Mechelen (V. Schmidt, Sarkofager, Mumiekister, og Mumiehylstre i det gamle Aegypten, Copenhagen, 1919) was ik mij intussen gaan interesseren in de decoratie van mummiekisten, maskers, lijkdoeken en dergelijke. Ook de voortreffelijke studies Chests of Life and The coffin of Heqata van Prof. Harco Willems hebben me uiteindelijk meer in de richting van mummiekisten en aanverwante voorwerpen gedreven.
Op het eerste zicht kan dit een verrassende stap zijn, maar dat is het in feite niet. Bij het bestuderen van het materiaal van Toetanchamons mummie vroeg ik mij af met welke bedoeling een bepaald voorwerp op de mummie was geplaatst en waarom het juist op die plaats was aangebracht? Mijn grote frustratie was dit ik voor het tweede aspect bijzonder weinig vergelijkingsmateriaal had en dus noodgedwongen zeer hypothetisch moest te werk gaan.
Voor lijkkisten was er veel meer materiaal voorhanden en kon uiteindelijk dezelfde vraagstelling worden gehanteerd. Men mag er immers van uitgaan dat de iconografische en tekstuele decoratie die voorkomt op de omhulsels van de mummie niet zomaar willekeurig is aangebracht. Naar alle waarschijnlijkheid had de decoratie een specifieke functie voor de dode en zit er een zekere systematiek in die decoratie. Voor de lijkkisten uit het Midden Rijk heeft Prof. Willems dat op overtuigende wijze aangetoond en ik heb dat via een enkele deelstudies ook voor materiaal van het Nieuwe Rijk tot de Romeinse Tijd proberen te doen, waarbij ik mij vooral heb gefocust op de iconografische decoratie.

Is deze studie beschikbaar voor het grote publiek en zoniet, vindt u dit jammer?
Mijn doctoraat Mummy Equipment, Bodily Parts and the Divine World. A Study of Egyptian Funerary Symbolism is voorlopig nog niet beschikbaar, noch voor wetenschappers, noch voor het grote publiek. Bij de verdediging van mijn proefschrift waren er verschillende mensen die opperden dat het interessant zou zijn om bepaalde aspecten in een ‘populariserend’ boek te verwerken. Ik ben daar op zich niet op tegen, integendeel, maar mijn eerste betrachting is voorlopig toch het in zuiver wetenschappelijke vorm te publiceren, iets waar ik gezien mijn andere bezigheden jammer genoeg nog niet aan toe gekomen ben (dat heeft er ook mee te maken dat ik het op een aantal vlakken nog aan het aanvullen en uitdiepen ben).

Welke artikels of werken hebt u gepubliceerd?-B.R. HELLINCKX, ‘Tutankhamun’s so-called stole’, Orientalia Lovaniensia Periodica 27
(1996), 5-22.
-B.R. HELLINCKX, ‘Tutankhamun’s carnelian swallow with sun disc: part of a garment?’, The Journal of Egyptian Archaeology 83 (1997), 109-125, pls. xv-xvii.
-B.R. HELLINCKX, ‘A new daughter of Ramesses II ?’, Göttinger Miszellen 173 (1999), 113-121.
-B.R. HELLINCKX, ‘The symbolic assimilation of head and sun as expressed by headrests’, Studien zur altägyptischen Kultur, 29 (2001), 61-95.
-B.R. HELLINCKX, Recensie van C. Herrmann, Ägyptische Amulette aus Palästina/Israel II (Freiburg, 2002), Chronique d’Égypte 79 (2004), 175-177.
-B.R. HELLINCKX, ‘Altägyptische Totenliturgien’, Orientalistische Literaturzeitung 99 (2004), cols. 5-16.
-B.R. HELLINCKX, Recensie van P. Lacovara en B. Teasly Trope (Eds.), The Realm of Osiris. Mummies, Coffins and Ancient Egyptian Funerary Art in the Michael C. Carlos Museum (Atlanta, 2001), Bibliotheca Orientalis 61 (2004), cols. 533-536.
-B.R. HELLINCKX, ‘Cercueils et cartonnages’ [du Musée Curtius], in : E. WARMENBOL (ed.), La caravane du Caire, Liège, 2006, 205-222.
-B.R. HELLINCKX, Recensie van C. Herrmann, Die Ägyptischen Amulette der Sammlungen Bibel + Orient der Universität Freiburg Schweiz (Freiburg, 2003) Chronique d’Égypte 81 (2006), 174-181.

Hoe kwam u erbij om Egyptologie te studeren of wanneer besefte u dat dit uw roeping was?
Ik weet niet meer hoe het juist gegaan is, maar mijn fascinatie gaat in ieder geval terug tot in de lagere school. Aanvankelijk was ik vooral geïnteresseerd in de prehistorie. Ik kon me urenlang bezighouden met boeken over dinosaurussen, prehistorische zoogdieren en ‘oermensen’. Ik wilde dan ook paleontoloog worden om fossielen enzo te bestuderen. Toch sprak ook archeologie me toen al erg aan. Op de een of andere manier, die ik niet helemaal meer kan reconstrueren, is mijn interesse uiteindelijk “verengd” tot het Oude Egypte. Dat moet ongeveer op het einde van mijn lagere schooltijd geweest zijn en dan was het voor mij snel duidelijk dat ik Egyptoloog zou worden!
Het feit dat mijn vader op een dag ongevraagd een aantal oude Egyptologische publicaties uit de stedelijke bibliotheek van Mechelen meebracht heeft zeker een belangrijke rol gespeeld. Het ging om de twee mooie grote volumes Memphis en Thèbes van Jean Capart. Ik kon toen nog nauwelijks Frans, dus het was mij op dat moment vooral te doen om de mooie foto’s. Nog belangrijker was de oude Nederlandstalige uitgave van de boeken die Howard Carter schreef over zijn ontdekking van het graf van Toetanchamon (uitgave van 1924 en 1927). Ik heb die vergeelde boeken met rode oortjes zitten lezen en de ‘spooky’ zwart-wit foto’s die Harry Burton bij de ontruiming van het graf had gemaakt van de verschillende kamers in het graf en van de grafgiften hebben zich toen voor altijd vastgezet op mijn netvlies!

Wat de doorsnee Egyptofiel bijna onmogelijk lijkt: zijn er ook mindere punten aan het beroep of de studie van Egyptoloog?
Ik heb zelf maar heel even echt het beroep van Egyptoloog kunnen uitoefenen, namelijk toen ik na mijn doctoraat tijdelijk de kans kreeg om aan de universiteit in Leiden een docent te vervangen. Dat was voor mij een enorme boeiende periode.
De meerderheid van de Egyptologen werkt niet als Egyptoloog omdat het aantal Egyptologische posities (aan de universiteiten en musea) uiterst beperkt is. Dat is natuurlijk niet zo heel leuk, maar uiteindelijk weet iedereen op het moment dat hij/zij die studie aanvat, dat de toekomst bijzonder onzeker is.
Een aantal doorzetters blijft ook zonder Egyptologische job actief in de sector – via publicaties en lezingen –, maar bij voltijds werk en een druk sociaal leven is dat niet altijd gemakkelijk.

Wat is het laatste Egyptologisch boek dat u gelezen hebt dat uw goedkeuring of bewondering wegdroeg?
Ik heb onlangs via internet een boek gekocht van de Engelse archeoloog Walter Brian Emery uit 1965: Egypt in Nubia. Er zijn inmiddels natuurlijk veel boeken die een meer up to date beeld geven van de Nubische geschiedenis, maar toch heb ik er werkelijk van genoten en ik kan het zeer warm aanbevelen. Het geeft een zeer helder overzicht van de archeologische surveys die er geweest zijn naar aanleiding van de aanleg (of verhogingen) van de verschillende stuwdammen. Het deel over zijn ontdekking van de koningsgraven van de X-groep-cultuur in Ballana en Qustul is werkelijk schitterend! Het is in een zeer persoonlijke en anekdotische stijl geschreven en een absolute aanrader voor mensen die meer willen weten over de ontdekkingsgeschiedenis en de vondstomstandigheden van de merkwaardige kronen, paardentooi en andere voorwerpen die te zien zijn in het Egyptisch museum van Cairo op het einde van het chronologisch parcours van de benedenverdieping.
Van een andere orde, maar ook bijzonder interessant en informatief is de biografie over Flinders Petrie van Margaret Drower uit 1985 (nu ook in paperpack). De 19de eeuwe Engelse acheoloog Petrie is zo’n markante persoonlijkheid die op zoveel plaatsen in Egypte heeft gewerkt dat het boek een achtergrond biedt bij tientallen van de belangrijkste vondsten in Egypte.

Welk museum of welke collectie ligt u het nauwst aan het hart?
Ik probeer tijdens mijn reizen in Europa altijd enkele Egyptologische collecties ‘mee te pikken’ omdat het altijd prettig is de stukken die je via afbeeldingen in boeken kent in het echt te zien en, meer nog, om nieuwe stukken te ontdekken.
Het is moeilijk om er een museum uit te kiezen, ze hebben allemaal hun sterke en interessante kanten. Het Egyptisch museum in Turijn zou ik graag nog eens terugzien en het Metropolitan Museum in New York staat bijzonder hoog op mijn lijstje van nog te bezoeken musea.

Waar zou u graag eens opgravingen willen leiden of verrichten in Egypte en waarom?
Het zal misschien zeer gek klinken, maar ik heb daar eigenlijk nog nooit over nagedacht. Misschien dat ik eigenlijk nog het liefst van al opgravingen zou doen in de kelders van het Egyptisch museum in Cairo! Ik denk dat daar nog heel veel interessante dingen te ontdekken zijn. Er is immers slechts een fractie van alle vondsten tentoongesteld.

Met welke stad of gebied hebt u een bijzondere affiniteit?
Ik ben bijzonder geïnteresseerd in de oude Ramessische ‘metropool’ Piramesse die in de oostelijke Nijldelta bij het plaatsje Qantir ligt. Ik ben er zelf nog niet geweest en eigenlijk is aan de oppervlakte niet veel te zien, tenzij je het geluk hebt de Duitse opgravingen o.l.v. Edgar Pusch te kunnen bezoeken.
Op toeristisch vlak kan ik de site dus niet echt aanbevelen, maar op wetenschappelijk vlak is het een onzettend interessante en belangrijke opgraving omdat ze ons iets leert over het leven en de organisatie van de Egyptenaren. De resten van paleizen, van industriële centra, van stallingen voor de paarden van de strijdwagens van het leger, van ganse woonwijken, de stèles waarop de beelden van de vergoddelijkte Ramses II worden aanbeden, … het zijn stuk voor stuk zeer boeiende aspecten die getuigen van het bruisende leven in een reusachtige stad.
Mijn belangstelling voor Qantir-Piramesse vormt een beetje een tegenwicht voor mijn nogal morbide interesse in mummies en ‘doodskisten’. Ik heb er in Leiden ook over gedoceerd en ik hoop er ooit eens, in het kader van de vzw Egyptologica Vlaanderen, een lessenreeks aan te wijden.

Is er iets op gebied van Egyptologie dat u graag zou zien gebeuren of anders zou zien evolueren dan nu het geval is? Musea, tijdschriften, opgravingen, onderwijs, media, …
Dat is een hele interessante vraag waar superveel over te zeggen valt! Ik beperk mij tot het aanstippen van twee betreurenswaardige evoluties.
Ten eerste is het zo dat het aantal Egyptologische publicaties jaarlijks exponentieel toeneemt. Op zich zou men zich daar kunnen over verheugen omdat dit bewijst dat er een enorme interesse bestaat over Egypte en dat onze kennis er zienderogen op vooruitgaat. Jammer genoeg wordt er mijns inziens té veel gepubliceerd, waardoor de kwaliteit van veel publicaties ondermaats is (of dat er weinig echt nieuws wordt verteld). Dat heeft er voor een groot deel mee te maken dat er in de wetenschappelijke wereld maar één essentieel criterium is: zoveel mogelijk publiceren! Het is evident dat dit aanleiding geeft tot een massale hoeveelheid kleinere, minder belangwekkende publicaties. Probleem is dat het door deze toevloed aan publicaties moeilijk blijft om alles te overzien. Het gigantische aantal wetenschappelijke publicaties, gecombineerd met het immense aantal populariserende publicaties zorgt er bovendien voor dat het zelfs voor gespecialiseerde Egyptologische bibliotheken als die van de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis in Brussel onmogelijk wordt om nog alles aan te kopen.
De berichtgeving omtrent vondsten in de media evolueert mijns inziens ook in de verkeerde richting. Het is veelzeggend wanneer een kort krantenartikeltje (bv. over de vondst van het graf van Henoe) één of meer flagrante onjuistheden bevat. De manier waarop een zender als bijvoorbeeld National Geographic verslag uitbrengt stoort mij ook: het geheel wordt zeer sterk ‘opgeklopt’ en met een saus van geheimzinnigheid overgoten, terwijl de vondst of het onderwerp in kwestie vaak al genoeg potentieel heeft om de mensen aan te spreken en iets nieuw bij te brengen.

Hebt u ooit aan opgravingen in Egypte deelgenomen? Waar was dit? Wat waren voor u de fijnste momenten tijdens de opgravingen?
In 2004 ben ik twee maanden ‘vondsregistrator’ geweest tijdens de opgraving van Prof. Harco Willems in Dayr al-Barsja in Midden-Egypte, in de buurt van de stad Minia. Die tijd daar was op vele vlakken een enorme ervaring. Het direct ‘contact’ met de Egyptische voorwerpen, het onderzoeken van mummiewindsels op zoek naar inscripties, het bijwonen van het onderzoek van een zogenaamde ‘mat-burial’ (een mummie die een rieten mat is bijgezet), het afdalen in een grafschacht op de Oudegyptische wijze (d.w.z. via speciale uithakkingen voor de voeten in de wanden), … Ook het gedurende lange tijd samenleven met een kleine groep mensen op een beperkte oppervlakte in een niet-Europese setting is iets heel speciaal.

Dat geloven we graag.
Veel succes en bedankt voor dit gesprek.
Gebruikers-avatar
Philip Arrhidaeus
Site Admin
 
Berichten: 6393
Geregistreerd: Do Mrt 23, 2006 3:16 pm
Woonplaats: Vlaanderen

Re: Bart Hellinckx - interview

Berichtdoor Philip Arrhidaeus » Wo Feb 16, 2011 10:27 pm

Verschenen van Bart R. Hellinckx:

Studying the Funerary Art of Roman Egypt

in Chronique d'Egypte LXXXV (2010) Fasc. 169-170 p.126-156.
Gebruikers-avatar
Philip Arrhidaeus
Site Admin
 
Berichten: 6393
Geregistreerd: Do Mrt 23, 2006 3:16 pm
Woonplaats: Vlaanderen

Re: Bart Hellinckx - interview

Berichtdoor Ranoferhotep » Do Feb 17, 2011 8:41 pm

De berichtgeving omtrent vondsten in de media evolueert mijns inziens ook in de verkeerde richting. Het is veelzeggend wanneer een kort krantenartikeltje (bv. over de vondst van het graf van Henoe) één of meer flagrante onjuistheden bevat. De manier waarop een zender als bijvoorbeeld National Geographic verslag uitbrengt stoort mij ook: het geheel wordt zeer sterk ‘opgeklopt’ en met een saus van geheimzinnigheid overgoten, terwijl de vondst of het onderwerp in kwestie vaak al genoeg potentieel heeft om de mensen aan te spreken en iets nieuw bij te brengen.


Over National Geographic kunnen we kort zijn. hun programma's moeten verkopen en vooral op de Amerikaanse Markt, die zijn een totaal andere berichtgeving gewoon dan wij. Persoonlijk stoor ik me ook aan de manier waarop ze sommige onderwerpen behandelen, en met steeds die eindeloze herhalingen. Aan de andere kant doneert N.G. wel aan het SCA.
Gebruikers-avatar
Ranoferhotep
 
Berichten: 139
Geregistreerd: Di Jun 15, 2010 9:49 pm
Woonplaats: Gent (België)

Re: Bart Hellinckx - interview

Berichtdoor yuti » Di Jun 14, 2011 4:22 pm

Egyptologen hebben het blijkbaar niet gemakkelijk. Er studeren er bitter weinig af in Leuven en een job vinden in de sector blijft een vraagteken. De studies zijn al niet min en ondanks dat blijft Bart positief. Ik kan alleen maar bewondering hebben voor zijn kennis van de oude cultuur. Om naast die dagelijkse full-time job van redacteur nog constant bezig te zijn met Egypte, hoed af. Ik zal het anders verwoorden, een simpele amateur als ik heeft alle reden om daar jaloers op te zijn.
Gebruikers-avatar
yuti
 
Berichten: 1012
Geregistreerd: Do Jul 27, 2006 9:11 pm


Terug naar Egyptologen en archeologen

Wie is er online?

Gebruikers in dit forum: Geen geregistreerde gebruikers en 1 gast

cron